Blogs | 16 March 2018 | by Wilbert van der Zeijden

0
Een uitgezonden Nederlandse F-16. Bron: Ministerie van Defensie

Zorgen over legitimiteit Nederlands optreden in Syrië blijven na uitspraken minister Blok

Nederland gebruikt nog steeds geweld in Syrië in de strijd tegen ISIS. Op vragen van de Tweede Kamer over de houdbaarheid van het volkenrechtelijk mandaat voor deze inzet, stelt Minister Blok deze week dat de randen van het mandaat bereikt zijn, maar nog niet overschreden. Inhoudelijke onderbouwing van die stelling geeft hij echter niet en daarbij negeert hij de Externe Adviseur die het ministerie in eerste instantie zelf om advies vroeg. Tijd voor een open, inhoudelijk debat over de onderbouwing van de keuze door te gaan met het gebruiken van geweld in Syrië.

Door Wilbert van der Zeijden

Nederland draagt actief bij aan de strijd tegen ISIS in Syrië. Nederlandse F-16s bombardeerden in 2018 al tijdens 21 missies in Syrië. Bijna alle Nederlandse bombardementen gebeurden in de buurt van Al-Bukamal, een gebied langs de Eufraat in Oost-Syrië dat de afgelopen weken te maken kreeg met intense bombardementen van de Coalitie. Welke bommen precies door Nederland werden gegooid en welke door andere coalitiepartners is daarbij niet duidelijk – die informatie weigert Nederland publiek te delen. Of Nederland in februari bijvoorbeeld betrokken was bij de dagen durende intense bombardementen op het dorp Al Bahra, waarbij naar verluidt scholen en doktersposten werden getroffen en meer dan 30 kinderen omkwamen is nu nog niet te zeggen. Wel is duidelijk dat Nederland deze gang van zaken steunt.

De volkenrechtelijke onderbouwing van het Nederlandse gebruik van militair geweld in Syrië is altijd een ingewikkelde geweest. In Irak gebeurt het optreden tegen ISIS op verzoek van de internationaal erkende regering van Irak. Alleen met toestemming van ‘Baghdad’ en ter ondersteuning van Iraakse troepen mogen de landen betrokken bij de Coalitie er militaire operaties uitvoeren. Irak heeft ook mogelijkheden om dat mandaat in te trekken. In Syrië is dit niet het geval. Met massamoordenaar Assad en zijn regime werken we niet samen. Assad vindt het wel best wat de Coalitie doet, want ISIS is een gedeelde vijand en de Coalitie valt Syrische troepen niet lastig bij hun systematisch uitvoeren van misdaden tegen de menselijkheid. Maar mandaat heeft Assad de Coalitie niet verleend. In plaats daarvan gebeurt het bombarderen in Syrië op grond van een soort verlengde van het mandaat dat in Irak wordt gebruikt: ISIS bedreigt vanuit Syrië de veiligheid van Irak en daarom mag Nederland, op verzoek van Irak, ingrijpen in Syrië, ter bescherming van Irak.

De legitimiteit van dat mandaat is niet langer evident sinds Irak in december verklaarde de strijd tegen ISIS te hebben gewonnen. ISIS lijkt niet langer in staat gecoördineerde militaire campagnes op te zetten die vanuit Syrië een wezenlijke bedreiging vormen voor de staatsveiligheid van Irak. Toch gaat Nederland door met het gebruiken van geweld in Syrië. Professor Nollkaemper, de Externe Volkenrechtelijke Adviseur die Nederland eerder adviseerde over de juridische legitimiteit van de strijd in Syrië, stelt nu dit dat het mandaat op deze manier wel erg ver wordt opgerekt. ‘Officieel zijn onze militairen daar om Irak te beschermen […]. Maar bij een aantal acties lijkt de relatie met de verdediging van Irak zo ver weg dat die redenering nauwelijks nog vol is te houden.’ stelt de hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam in Trouw.

Er bestaat in internationaal recht altijd een behoorlijke kloof tussen de geschreven wet en de uiteindelijke interpretatie, stellen Nollkaemper en enkele van zijn collega’s, maar als vaandeldrager van het internationaal recht zou Nederland een dergelijk mandaat niet moeten oprekken om de eigen acties te rechtvaardigen. In antwoord op vragen van het Kamerlid Karabulut, stelt onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok deze week dat Nederland met het gebruik van geweld in Syrie aan de rand van het Mandaat staat maar er nog niet overheen is. Volgens Blok ‘is er nog steeds sprake van dezelfde elementen’ die het mandaat onderbouwden in de Artikel 100 brieven ‘hoewel niet in dezelfde mate als in een eerdere fase’. Maar welke elementen dat dan zijn en in welke mate die nog relevant zijn, daarover laat de minister zich inhoudelijk niet uit.

En passant zette de minister deze week de Externe Volkenrechtelijke Adviseur op een zijspoor. Toen Nollkaemper eerder stelde dat het Volkenrecht Nederland voldoende mandaat bood voor gebruik van geweld in Syrië, deed hij dat als officiële Adviseur. Maar nu Nollkaemper kritisch is, doet hij dat als professor volgens Minister Blok. Dat lijkt te suggereren dat de specialist twee petten draagt die elkaar kunnen tegenspreken terwijl je toch mag toch aannemen dat Nollkaemper om zijn extern advies werd gevraagd vanwege het feit dat hij bewezen kennis en kunde heeft, als professor. Die twee nu ineens scheiden is curieus.

In Nederland is momenteel geen open inhoudelijk debat over het Nederlandse omdat onze regering nog steeds niet transparant verslag uitbrengt van de eigen inzet in Syrië en de context waarbinnen dat optreden gebeurt. Minister van Defensie Ank Bijleveld stelde in januari tijdens haar bezoek aan de Nederlandse F16-basis in Jordanië: ‘het kan best dat we de missie over een paar maanden op de schop nemen. We bekijken het per kwartaal.’ Op dit moment is het echter niet goed te traceren op welke manier de legitimiteit van de missie wordt beoordeeld. Nederland wringt zich in juridische bochten om deel te kunnen blijven nemen aan de strijd tegen ISIS. Dit is problematisch want, zoals professor en extern adviseur Nollkaemper onlangs stelde: ‘Als je zelf het recht op zelfverdediging voortdurend misbruikt, wordt het moeilijker om andere landen tot de orde te roepen.’

 

 

Tags: ,



About the Author



Comments are closed.

Back to Top ↑

PAX